Psalters – Carry The Bones






De psalters, die deze zomer door Europa tourden en onder andere op het Flevo festival aanwezig waren, zijn zo één van die bands die buiten alle normale categoriën vallen. Een bende christelijke anarchisten, al dan niet voorzien van dreadlocks en in hun thuisland woonachtig in een op gebruikte frituurolie rijdende bus, die zichzelf zichzelf niet alleen spiegelen aan de Oud-testamentische psalmzangers, maar die zich ook graag identificeren met de onderdrukten van deze planeet kom je niet elke dag tegen. En niet alleen hun uiterlijk, levensvisie en -stijl zijn opvallend, ook de muziek die ze maken is -zoals waarschijnlijk te verwachten bij een dergelijke bende- niet bepaald alledaags.
Anarchistische liturgiën en hardcore-folk
Al is de bezetting redelijk sterk gewijzigd over de jaren heen, en daarmee ook de muziekstijl, toch heeft het collectief rond de mysterieuze ‘Captain Napkins‘ en ‘Count Tabu’, zoals ze in de CD-hoezen heten, toch desondanks een heel eigen herkenbaar geluid weten te creëeren. Invloeden heeft de band verhaard uit heel verschillende hoeken, gaande van uiteenlopende folkstijlen van over de hele planeet, Oosters orthodoxe liturgische gezangen, en uit verre uithoeken van de rock zoals bewoond door Tom Waits en sixteen horsepower. Dit alles wordt verwerkt tot een origineel en uniek geluid dat moeilijk te verwarren is met iets anders. Een andere mogelijke vergelijking is de akoestische folk-hardcore van Blackbird Raum, maar ook hier loopt de vergelijking heel snel mank…
De nieuwe plaat ‘carry the bones’ houdt zich duidelijk aan de stijl van hun vorige ‘the divine liturgy of the wretched exiles’, en heeft ondanks de sterke afwisseling van stijlen en instrumenten toch een pak meer samenhang dan de vorige. De muziek wordt nog steeds gedragen door intense percussie van over heel de wereld, waaronder een gigantisch olievat als basdrum, en een heel koor aan doordringende stemmen, maar de electrische gitaren zijn nagenoeg verdwenen op een groot deel van de plaat: Viool, accordion en draailier, en enkele andere akoestische snaarinstrumenten als banjo en de Koerdische Sar domineren de plaat. De plaat heeft op zich maar 11 nummers, maar sommige daarvan zijn redelijk lang, en kennen een paar mooie instrumentale stukken. Het gevoel van geheel zou kunnen omschreven worden als een bende hardcore-muzikanten die rond een kampvuur met folkinstrumenten en hun stemmen en veel percussie om het meest lawaai aan het maken zijn, al heb ik ook iemand het weten omschrijven als “een piratenkoor dat Franciscaanse drankliederen zingt”.
De vergadering rond de ongehouwen steen
De plaat opent zoals je zou verwachten van een band die psalters heet met een paar bijbelse gezangen, maar dat betekent hier in geen geval zoetsappige behangmuziek. Hun versie van het Magnificat, een gebed dat in de evangeliën wordt toegeschreven aan Maria, opent met de door merg en been gaande hoge stem van ‘Captain Napkins’, en een Oosterse melodie die snel bijgestaan wordt door een zware batterij percussie, en geeft al direct een goed beeld van de rest van het album. Het tweede nummer, Psalm 27, zeker bekend voor iedereen die één van hun twee concerten in België heeft meegemaakt, blijft een onverwoestbare knaller van jewelste, met een lange instrumentale intro, en een super-cachy refrein dat uit volle borst wordt meegebruld. Het nummer duurt meer dan zeven minuten, maar is toch te snel gedaan. daarna blijven We nog even melodieus met Will Scarlet, wat een uitstapje neemt naar de Israëlische volksmuziek, terwijl Rise up wat kaler is en het moet stellen met alweer een stuk psalm dat begeleid wordt alleen door een indrukwekkende batterij aan percussie.
Dan volgen er twee typische psalters-nummers in hun eigen onnavolgbare stijl, die duistere kampvuur-hardcore-folk vermengt met zware oud-testamentische beelden en kritiek op de Westerse beschaving: Seven times round mixt zware percussie in onregelmatige maatsoorten in 5 en 7 met het verhaal van de muren van Jericho, en in the manifesto of the pebble bezingt men onder andere een vreemde vergadering rond een ongehouwen steen. Daarna komt diggers all terug binnenvallen in een heel andere richting met Ierse folk, inclusief een echte bodhran, en een verhaal over de diggers, en speelt zonder één noot electrische gitaar de Dropkick murphies prompt naar huis. Met Altisadora zijn we aangekomen bij een ijle bevreemdende draailier en een paar castagnetten, bijgestaan door Oosterse zang, en bij Crows gaan we de Western-tour op en komt Count Tabu zijn zware indrukwekkende stem op de voorgrond. Een sfeer van Western en Tom Waits wordt ingezet met een citaat van Edgar Alan Poe (!), om de ritme-instrumenten eens te laten zwijgen voor banjo en een paar stemmen en verhaaltjes over kraaien en profeten. Nog twee nummers, die allebei gelukkig eindeloos lijken komen op ons af: Met The doe of the morning komt er eindelijk een elektrische gitaar naar boven, dat wel van een wovenhand-plaat geplukt lijkt te zijn en dat zware samenhang moet begeleiden. Als afsluiter is er nog het eclectische epos Re-member, met Afrikaanse percussie en zang, en Count Tabu die haast aan het rappen slaat. Met dit epos sluiten we een hele goede plaat af!

Een moeilijke plaat misschien, maar wel één die de moeite van het luisteren waard is. Persoonlijk denk ik dat er nog heel goeie platen moeten uitkomen dit jaar wil deze niet heel hoog in mijn top-5 van 2011 staan. Het grote probleem is evenwel om de CD te bemachtigen. Kopiëren of downloaden is op zich geen probleem, de psalters zijn vanuit hun principes tegen copyrights, maar dat neemt niet weg dat de originele CD met de unieke stoffen verpakking ook heel erg meer dan de moeite waard is om te bemachtigen. De vorige platen waren vrij te krijgen door te mailen naar info@psalters.org, dus misschien wil dat nog wel werken…
psalters – Carry the bones (Eigen beheer, 2011)





0 reacties
Trackbacks/Pingbacks