Captain America: The First Avenger (2011)

Zomer, 2011. Harrogate, Engeland en riots razen door een aantal Engelse steden. Ik besloot toch maar om de donkere outskirts of town uit te rijden en op zoek te gaan naar de Odeon (Engelse versie van Kinepolis).

America to the rescue

Captain America in 3D leek me om een of andere reden de gepaste keuze. Ik ben geen connaisseur van het Marvel Comics universum maar de verfilmingen van de X-Men, Spider-Man en Iron Man-mythes kon ik wel smaken. Captain America paste perfect binnen dit rijtje, op sommige vlakken beter (heerlijke historische sfeersetting), op andere dan weer wat minder (wispelturige spanningsboog). De film start sterk met duisternis en poolijs; altijd al een goede combinatie geweest sinds ik als – te jonge – 11-jarige The Thing zag (houd de remake in de gaten). Daar houdt de vergelijking met horror op, tenzij je de verschijning van Red Skull, Nazi-bad boy van dienst, meerekent. Maar Red Skull lijkt me teveel op The Mask meets Hell Boy om er angstaanjagend uit te zien.

CGI onopvallend meersterlijk

Net als in de Rise of the Planets of the Apes worden grenzen verlegd met cgi wanneer de nobele maar schriele Steve Rogers (Chris Evans) onderworpen wordt aan experimenten die hem tot een supersoldaat moeten maken. De gedaantewisseling ziet er indrukwekkend uit en als kijker blijf je in dubio over hoe de acteur er in werkelijkheid uitziet (blijkt dat de acteur er wel degelijk uitziet als Captain America). Ga je kijken, blijf bij het einde even zitten, ook na de aftiteling.

Captain America: The First Avenger – Joe Johnston (Paramount Pictures, 2011)